Uitleg: grondwater en de grafiek
Op deze pagina leest u in gewone taal wat de portal laat zien. Woorden met een stippellijn eronder kunt u ook in de portal aanklikken voor een korte uitleg.
Wat is grondwater?
Regen zakt in de bodem. Op een bepaalde diepte zijn alle ruimtes tussen de korrels zand, klei en veen gevuld met water: dat is het grondwater. De bovenkant daarvan heet de grondwaterstand. In de winter regent het meer en verdampt er weinig, dus staat het grondwater meestal hoger dan in de zomer.
Hoe meten we het?
In een peilbuis staat het water even hoog als in de bodem eromheen. Een sensor (logger) onder in de buis meet de waterstand, meestal elk uur. Het water komt de buis binnen via het filter, een stuk buis met gaatjes. Soms zitten er in één put meerdere buizen met filters op verschillende diepten; elk filter heeft dan een eigen grafiek. Af en toe meet een medewerker met de hand na of de sensor goed meet: dat zijn de handmetingen in de grafiek.
NAP en maaiveld
Hoogtes staan in meter NAP: dezelfde maat als op een landkaart. 0 m NAP is ongeveer het gemiddelde zeeniveau. In het gebied van AGV ligt de grond vaak onder zeeniveau, dus staat er een min-teken voor. Kiest u in de grafiek Diepte onder maaiveld, dan ziet u hoe diep het grondwater onder de grond staat. −0,50 betekent: een halve meter onder het maaiveld.
De grafiek lezen
- De blauwe lijn is de grondwaterstand. Een stijgende lijn betekent: het grondwater komt hoger.
- De bruine lijn is het maaiveld. Komt de blauwe lijn daar dichtbij, dan is de grond erg nat.
- De gestippelde lijnen zijn de GHG en GLG: hoe hoog en hoe laag het grondwater gemiddeld komt.
- Met de knoppen boven de grafiek kiest u de periode (1 maand tot alles) en of u hoogtes in m NAP of de diepte onder maaiveld ziet. Met de schuif onder de grafiek kunt u inzoomen.
- Wilt u de getallen lezen? Onder Data & export staat een tabel met daggemiddelden, en onder de grafiek een samenvatting in tekst.
Hoog of laag t.o.v. normaal
Bij elke peilbuis met metingen uit meerdere jaren staat of het grondwater bij de laatste meting hoog of laag stond voor de tijd van het jaar. We nemen het daggemiddelde van die dag en vergelijken het met de daggemiddelden van twee weken ervoor tot twee weken erna, rond dezelfde datum in elk ander jaar. Het huidige jaar telt niet mee.
- Ligt de stand in de middelste helft van al die daggemiddelden, dan is hij normaal; daaronder lager dan normaal, daarboven hoger dan normaal.
- Zijn er 8 jaar of meer om mee te vergelijken, dan noemen we de laagste en hoogste tienden veel lager en veel hoger dan normaal. Bij minder jaren staat er indicatief bij.
- Een zin als "Hoger dan in 4 van de 5 andere jaren rond deze datum (2020–2024)" telt hoe vaak de stand hoger was dan het gemiddelde van een eerder jaar rond dezelfde datum.
Let op: metingen komen pas in de BRO na controle. De laatste meting kan daardoor maanden oud zijn; dat staat er dan bij.
Begrippen
- Grondwaterstand
- De hoogte van het water in de bodem. Onder die hoogte zitten alle ruimtes tussen de zandkorrels en kleideeltjes vol water.
- Peilbuis
- Een buis in de grond waarin het grondwater even hoog komt te staan als in de bodem eromheen. Een sensor (logger) in de buis meet de waterstand, meestal elk uur.
- Filter
- Het stuk van de peilbuis met gaatjes, waar het grondwater de buis in kan stromen. Een peilbuis kan op verschillende diepten een filter hebben; elk filter heeft een eigen meetreeks.
- NAP
- Normaal Amsterdams Peil: de hoogte waarmee in heel Nederland wordt gerekend. 0 m NAP is ongeveer het gemiddelde zeeniveau. In het gebied van AGV ligt het maaiveld vaak onder NAP, dus met een min-teken.
- Maaiveld
- De hoogte van de grond bij de peilbuis, in m NAP. "t.o.v. maaiveld" betekent: hoeveel het grondwater onder (min-teken) of boven het maaiveld staat.
- GHG
- Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand: per hydrologisch jaar het gemiddelde van de drie hoogste standen op de 14e en 28e van de maand, gemiddeld over de jaren. Geeft aan hoe hoog het grondwater in een normale winter komt.
- GLG
- Gemiddeld Laagste Grondwaterstand: hetzelfde als de GHG, maar met de drie laagste standen. Geeft aan hoe laag het grondwater in een normale zomer zakt.
- Hydrologisch jaar
- Een jaar van 1 april tot en met 31 maart, zodat een hele winter in één jaar valt.
- Indicatief
- De GHG en GLG worden normaal over minstens acht jaar berekend. Zijn er minder jaren, dan tonen we de waarde wel, maar is die minder betrouwbaar.
- Hoog of laag t.o.v. normaal
- We vergelijken de laatste meting met de standen van twee weken ervoor tot twee weken erna rond dezelfde datum in de andere jaren. Normaal is de middelste helft van die standen.
- Berekening hoog of laag t.o.v. normaal
- We nemen het daggemiddelde van de laatste meetdag. Per eerder jaar kijken we naar de daggemiddelden van 14 dagen vóór tot 14 dagen na dezelfde datum (het huidige jaar telt niet mee). Ligt de stand tussen de middelste helft van al die daggemiddelden, dan is hij normaal. Zijn er 8 jaar of meer, dan noemen we de buitenste tienden 'veel lager' of 'veel hoger'; bij minder jaren is de uitkomst indicatief en zijn er drie klassen. De zin 'hoger dan in 4 van de 5 jaren' vergelijkt met het gemiddelde van elk jaar rond deze datum.
- Handmeting
- Een meting met de hand (met een peilklokje of meetlint), om te controleren of de sensor goed meet.
- Watervoerend pakket
- Een laag in de ondergrond (meestal zand) waar grondwater goed doorheen stroomt. Lagen van klei of veen ertussen houden het water tegen.
- BRO
- Basisregistratie Ondergrond: de landelijke, openbare registratie van gegevens over de ondergrond, waaronder grondwaterstanden. De meetreeksen in deze portal komen uit de BRO.
- UTC+1
- Alle tijden zijn in de Nederlandse wintertijd, ook in de zomer. Zo heeft elke dag precies 24 uur en zijn er geen dubbele of ontbrekende uren.
Over deze gegevens
Waar komen de gegevens vandaan?
De meetreeksen komen uit de Basisregistratie Ondergrond (BRO). De ligging van de peilbuizen en de filtergegevens komen uit de BRO en uit het overzicht van projectpeilbuizen van AGV. Neerslag komt van het KNMI. De achtergrondkaart en de luchtfoto komen van PDOK.
Hoe actueel is het?
Bij elke peilbuis staat de datum van de laatste meting in de BRO. Metingen worden in de BRO pas opgenomen na controle; daardoor loopt de reeks achter op de werkelijke meting. Voor sommige peilbuizen staat er (nog) geen meetreeks in de BRO; dat staat dan bij de peilbuis.
Tijden en hoogtes
Alle tijden zijn in UTC+1, het hele jaar (dus zonder zomertijd). Hoogtes zijn in meter ten opzichte van NAP; "t.o.v. maaiveld" is berekend met het maaiveld van de peilbuis (negatief is onder maaiveld).
GHG en GLG
De gemiddeld hoogste en laagste grondwaterstand worden berekend uit de standen op de 14e en 28e van elke maand, per hydrologisch jaar (1 april tot en met 31 maart), gemiddeld over de beschikbare jaren. Bij minder dan acht jaar staat erbij dat de waarde indicatief is.